Boekentip #4: Kingsbridge-boeken van Ken Follett

Als je naar mijn Boekenplank vol gelezen boeken kijkt, dan valt je waarschijnlijk op dat ik hoofdzakelijk boeken lees die geschreven zijn door vrouwen.

Toch is de boekentip van deze maand van een mannelijke auteur en wel Ken Follett. Hij schreef vier dikke historische romans (700-1100 pagina’s per boek) over de fictieve Engelse plaats Kingsbridge.

Ken Follett

Ken Follett (1949) is een Britse schrijver. Van zijn werk zijn over de hele wereld meer dan 100 miljoen exemplaren verkocht. Hij schreef een hele rits thrillers voor hij zich aan zijn eerste historische roman waagde. The Pillars of the Earth kwam uit in 1989. De Nederlandse vertaling kwam in 1990 en kreeg als titel De Kathedraal. Vanaf 2007 – na het verschijnen van het tweede deel) kreeg het eerste deel een titel die meer bij de oorspronkelijke titel paste, namelijk Pilaren van de aarde. Hetzelfde boek dus, maar met een andere titel. Het boek is ondanks de omvang van zo’n 1000 pagina’s enorm geliefd en beide titels verschenen in 2018 in de eerste editie van de Hebban Top 1000 van de online boekencommunity Hebban. Foutje natuurlijk, maar het geeft wel aan hoe populair dit boek is. In 2010 verscheen er ook een tv-serie.

Ik vond deze boeken zo goed, dat ik ze zelf heb gekocht. Deel 1 en deel 2 heb ik zelfs al twee keer gelezen en daar zal ooit nog wel een derde keer bij komen.

Kingsbridge

Door de jaren heen schreef Follett vier boeken over Kingsbridge:

Pilaren van de aarde

The Pillars of the Earth (1989) – De Kathedraal (1990)/Pilaren van de Aarde (2007)

Brug naar de hemel

World without end (2007) – Brug naar de hemel (2007)

Het eeuwige vuur

A column of fire (2017) – Het eeuwige vuur (2017)

De schemering en de dageraad

The Evening and the Morning (2020) – De schemering en de dageraad (2020)

Hoewel deel 4 pas het laatste verscheen, is dit qua tijdlijn het eerste verhaal in de serie. Daarna volgen historisch gezien deel 1-2-3 in volgorde.

Deel 4 speelt zich af rondom het jaar 1000 en gaat over het ontstaan van het plaatsje Kingsbridge.

Deel 1 speelt zich af in de twaalfde eeuw en gaat over de bouw van de kathedraal van Kingsbridge.

Deel 2 maakt een sprong van twee eeuwen verder en gaat over de veertiende eeuw, waarin Kingsbridge zich verder uitbreidt, maar ook geteisterd wordt door middeleeuwse rampen als de pest.

Deel 3 gaat opnieuw twee eeuwen verder in de tijd, naar de zestiende eeuw. Dit boek speelt zich het minste af in Kingsbridge zelf.

Alle boeken hebben drie of vier hoofdpersonages die we afwisselend gedurende een gedeelte van hun leven volgen. Natuurlijk kruisen de levens van de verschillende personages elkaar op diverse manieren. Dit is in alle boeken iemand uit de geestelijkheid, een edele en een of twee mensen uit de gewone bevolking. Deze laatste hebben dan vaak wel een bijzonder talent. Het talent voor het bouwen (architectuur) komt in zo’n beetje elk boek terug. Er wordt ook wel de suggestie gewekt dat de mensen in de boeken steeds afstammelingen van elkaar zijn, in ieder geval de bouwers Edgar (deel 4), Jack (deel 1), Merthin (deel 2) en Ned (deel 3).

Goed of slecht

Een punt van kritiek dat vaak in recensies is te lezen is dat bepaalde karakters wel heel goed zijn en andere wel heel slecht. Er zijn weinig grijze personages. Ook worden vrouwen wel vaak als lustobject afgeschilderd, maar ik vrees dat dat ook wel vaak zo was in die tijd. Dan zijn er nog de grove scenes over martelingen, die van mij niet zo gedetailleerd hadden gehoeven. Gelukkig zijn er dat niet zo heel veel, dus je kunt ze overslaan.

Wat overblijft zijn prettige historische romans, die ondanks hun dikte lekker doorlezen. Hoewel niet waargebeurd zitten er in elk boek wel echte historische gebeurtenissen. Ook de hele maatschappij van Kingsbridge is op waarheid gebaseerd. Maar natuurlijk is de hele boel wel geromantiseerd, om er een lopend verhaal van te kunnen maken.

Er zijn ook mensen die zeggen dat hij deel 4 beter niet had kunnen schrijven, omdat de opbouw van het verhaal sterk lijkt op die van de andere boeken. Maar ik vond dat ook een prima boek; het is een andere tijd, je leest over het ontstaan van Kingsbridge en juist die opbouw zorgt ook weer voor een verbinding tussen de boeken.

Andere boeken van Ken Follett

Van alle thrillers van de hand van Follett heb ik er precies nul gelezen, omdat ik niet zo van thrillers houd.

Wel heb ik de Century-trilogie gelezen, ook dikke pillen die leden van bepaalde families in Europa volgen, maar dan rondom de grote oorlogen van de twintigste eeuw: eerste wereldoorlog, tweede wereldoorlog en de koude oorlog. Dit zijn de boeken Val der titanen (deel 1), Nacht van het kwaad (deel 2) en Kou uit het oosten (deel 3). Qua verhaalopbouw en schrijfstijl lijken deze drie boeken wel erg op de Kingsbridge-boeken, maar de historische tijd en achtergrond is natuurlijk heel anders.

De tv-serie The Pillars of the Earth heb ik ook nog nooit gezien, lijkt mij eigenlijk wel interessant. Er doet ook een pak bekende acteurs in mee. Helaas schijnt geen enkele streamingdienst de serie nog te vertonen. Jammer.

Geocachingverhalen uit het verleden: HeideRoosduinen?

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 14 oktober 2013

Anke en ik waren een week op vakantie op Ameland en probeerden alle geocaches van het eiland te vinden. Dat viel nog niet mee. Verder wilden we de naamgeving van een natuurgebied aanpassen…

Het verhaal:

Het idee voor vandaag was om toch nog een keer een cache van de maker Waddeneiland te gaan proberen. We hadden nogal wat problemen met de caches van deze maker. Dat werd de Ballumerduinen, een multi nabij het plaatsje Ballum, een kilometer of vier van ons vakantie-adres af. Een gedeelte van de Ballumerduinen heette de Roosduinen en natuurlijk doopten wij dat meteen om tot de Heideroosduinen. Daarmee was de trend voor de rest van de route was gezet.

Heideroosduinen

Tot aan waypoint 8 verliep de route redelijk voorspoedig. Af en toe werden we in de war gebracht door de vreemde route, Waddeneiland liet ons rustig alle wegen van een bepaalde kruising uitproberen voor de route daadwerkelijk verder liep. Maar toen hadden we de Soay-schapen, een sterk schapenras dat meer aan geiten doet denken, al gezien en ook een aantal koeien. Bij waypoint 8 hield de tekst in de GPS op en hadden we geen verdere informatie. Ook de vraagstelling hier was erg vreemd, het ging over lichaamsdelen, maar op het bordje stond (met een grote afwijking) een ruiter op een paard, dus nogal veel lichaamsdelen. We begonnen wat dingetjes te gokken, maar moesten over het fietspad gaan lopen en dat was niet Waddeneiland eigen, vonden wij. Er was dus nog maar één andere mogelijkheid en dat was een koeienhek/wandelpoort terug het natuurgebied in. Wij waren de gelukkigste geocachers van Ameland toen we het plaatje op het hek vonden.

Duinvennetje

Daarna volgden nog een heleboel plaatjes, het is best onzeker als je van te voren niet weet hoeveel waypoints een cache heeft. Op het laatste waypoint werden we nog een keer ernstig in verwarring gebracht, er stond wel een coördinaat, maar het was maar half en met vraagtekens. Na wat vertwijfeld rond te lopen, met de handen in ons haar, ontdekten we nog meer plaatjes op boomstronken er om heen. Ze bevatten allemaal een stukje van het eind-coördinaat. En daarmee vonden we dan eindelijk ons eerste Waddeneiland-cache! We waren best wel een beetje trots op ons zelf en de rest van de dag zeiden we dan ook regelmatig tegen elkaar: “We hebben een Waddeneiland-cache gevonden!”

Soay-schapen

We gingen nog wat andere caches doen aan deze kant van het eiland. Als eerste was Noorderwind aan de beurt, een cache die niets te maken had met wind, maar op een verlaten trapveldje lag. Naast het trapveldje lag Amelands buitenzwemparadijs, maar dat zag er in de herfst maar verlaten en onaantrekkelijk uit. Dan is zelfs het slecht onderhouden Staalbergven (het buitenzwembad van Oisterwijk) nog mooier. Wij gingen naar het kleine vliegveld van Ameland om de cache Landingsbaan te loggen. Er was geen vliegtuig te zien, maar de cache was er gelukkig wel.

Koeien

Tijd voor een earthcache en het verhaal achter de Zandhaak van Ballum was best interessant, er ligt hier een zandbank in de zee, waardoor er tussen de zandbank en het strand een natuurgebied is ontstaan, een soort van Slufter (natuurgebied op Texel), maar dan kleiner. Er lagen hier zelfs zoetwaterpoelen.

Strandovergang

Ik had op internet gevonden dat de meeste geocachers Historisch Hollum maar een vage cache vonden, maar dat de cache bij de walviskaken in het museum lag. Nou, daar konden Anke en ik dan ook nog wel eens gaan kijken. Zo gezegd, zo gedaan en zo vonden we alsnog deze cache. Weer een frustratie opgelost.

Verwaaide boom

Onze laatste cache van de dag werd de Galgesloot, een cache langs een fietspad. Vroeger werden hier de Amelandse misdadigers opgehangen, nu is het een vredig fietspad. Ik keek finaal over de cache heen, maar Anke vond hem gelukkig snel. We waren nu al onderweg naar huis, dus zijn we rustig terug gefietst, omdat ik om de haverklap van mijn fiets af moest springen om een fietspaddestoel te waymarken of een koe te fotograferen.

Wat ik hier op 14 oktober 2021 nog aan toe te voegen heb:

Ja, de frustratie-caches van maker Waddeneiland. Later die week vonden we er alsnog een paar, dus we werden er steeds beter in. Maar alle caches van het eiland vinden is niet gelukt, ook al scheelde het niet veel.

Vegetarisch recept: Bloemkoolrijst met Oosterse wokgroenten

Bloemkoolrijst met oosterse wokgroenten

Ook vegetarisch koken kan snel en makkelijk zijn. Dit gerecht voor twee personen staat binnen een kwartier op tafel.

Ingrediënten

  • zakje bloemkoolrijst (400 gram)
  • zakje Oosterse wokgroenten (450 gram)
  • klein blikje kikkererwten
  • wokstukjes (ik gebruikte die van het merk Vivera, er zijn ook andere merken of je gebruikt tofustukjes of quorn; het kan allemaal)
  • chilisaus (of sojasaus)
  • eventueel nog wat kruiden; ik gebruikte kerrie, knoflookpoeder en paprikapoeder
  • olie om in te bakken

Bereiden

  • roerbak de bloemkoolrijst ongeveer 2 minuten in de olie
  • voeg de oosterse wokgroenten* toe en roerbak mee
  • bak ondertussen de wokstukjes in een andere pan
  • voeg de saus (hoeveelheid naar smaak) en eventueel de kruiden toe aan de pan met groenten en bloemkoolrijst
  • als de groenten zo’n beetje gaar zijn voeg je de kikkererwten toe
  • roerbak nog even door tot de kikkerwten warm zijn
  • voeg de wokstukjes toe
  • roer alles door elkaar

Eet smakelijk!

*Een zakje oosterse roerbakgroente van de Jumbo bevat: rode ui, paksoi, prei, rode prei, witte kool en sojabonen.

Geocachingverhalen uit het verleden: Blaatschaapjes

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 7 oktober 2017

In het bezit van een Dal Vrij abonnement (in het weekend de hele dag geldig) op de trein, besloot ik de 2-cache-datum te gaan redden met de Blaatschaapjestrail bij Sittard.

Het verhaal:

Oktober is de recordhouder qua 2-cache-data: maar liefst 4 data moeten hier nog opgevuld worden. Drie daarvan vielen op zondag, dus dat kwam goed uit, maar eentje viel op een zaterdag. Deze dus. Ik moet op zaterdag werken, maar omdat ik nog veel vrije uren had staan, nam ik deze dag vrij om te gaan geocachen. Helaas was de weersvoorspelling niet al te best.

Op zaterdagochtend leek het nog mee te vallen met het weer. Ik was vorige week ook al in Limburg geweest om te geocachen (Dal Vrij is een geweldig treinabonnement), in Ohé en Laak, voor nummertje #8000 en bij het loggen had ik gezien dat er in de buurt nog een andere trail lag: de Blaatschaapjestrail. Met 28 caches, dus ruim voldoende om de 2-cache-datum naar volle tevredenheid te vervullen. Technisch gezien zou station Susteren dichterbij zijn (en daar ben ik nog nooit geweest, dus ook leuker voor mijn stationsborden collectie), maar daar verhuren ze geen OV-fietsen. Dus besloot ik toch maar vanaf Sittard te gaan fietsen, daar hebben ze wel OV-fietsen en ook voldoende. Zeker op zo’n regenachtige zaterdag is die zekerheid wel zo prettig.

De treinreis verliep voorspoedig, ik stond binnen de 1,5 uur op Sittard. Ik wilde uiterlijk ook weer om 16 uur in de trein zitten, omdat ik ’s avonds nog naar een verjaardag moest. Dus ik had een lichte tijdsdruk. In de fietsenstalling van station Sittard stonden nog plenty off OV-fietsen, maar het was een onbemande stalling en het was een heel gedoe met het scannen van OV-chipkaarten en de fietssleutel om alle hekken open te krijgen. Ik mocht er dus niet uit en moest om hulp “bellen” met een knop. Toen werd het hek op afstand open gemaakt en kon ik op pad. Het was ongeveer vijf kilometer fietsen naar de start van de trail. Er liggen hier wel overal fietspaden, dus het fietste lekker door.

Ik besloot voor de verandering gewoon eens bij het begin te beginnen (ik doe trails vaak in omgekeerde volgorde, raar trekje). Dat had niet per se gehoeven, want er was geen bonus. Omdat de trail ook een stuk door het bos liep en ik eigenlijk heel veel zin had in een wandeling, besloot ik om de trail voor het grootste gedeelte te gaan lopen. Alleen de eerste drie of vier ging ik per fiets doen, omdat dat een soort uitsteeksel van de route was. Ook zag ik dat er nog twee trads in de buurt lagen. Eentje was een voortuincache in de tuin van de makers van de trail, die dus officieus de start van de trail was. Ik vond dat ik die dus ook moest hebben, om het plaatje compleet te krijgen. Het huis was hermetisch afgesloten met rolluiken, dus ik denk dat ze niet thuis waren. De cache was gelukkig gemakkelijk te vinden, ik blijf toch altijd een opgelaten gevoel hebben, bij voortuincaches, zeker als ik alleen ben. Vervolgens deed ik nog een andere cache met het thema schapen. Hier was in een vogelhuis een compleet schapenorkest gebouwd, dat begon te blaten zodra je het deurtje open deed. Het toverde een glimlach op mijn gezicht. Ik vind het altijd leuk als mensen echt hun best doen om iets moois te bouwen.

Zo’n trail is leuk voor de puntjes en in dit geval ook voor de wandeling in een andere omgeving, maar de beste caches zijn toch de echt mooie creaties of de wandelingen door een extreem mooie omgeving. Ik startte met nummer 1 t/m 3 van de trail en plaatste vervolgens mijn OV-fiets tegen een boom, om verder te gaan lopen. Nummertje 4 zou de moeilijkst vindbare zijn van de hele trail en ook ik kon hem aanvankelijk niet vinden. Na 10 minuten zoeken, besloot ik dat het te veel tijd ging kosten en liep ik door. De wandeling ging voor een groot deel over fietspaden, wel bosrijke fietspaden. Het mooiste stuk was echter het stuk dat echt door het bos liep. Dit was een fantasy-achtig bos met veel paddenstoelen en smalle, kronkelige paadjes.

Aan het begin van de route waren veel mensen uit de naastgelegen wijk (waar de voortuincache van de makers ook lag) hun hond uit aan het laten. Maar in dit bos was het zowat uitgestorven. Later op de route was het een heel stuk drukker, omdat het open dag was bij de Dierenopvang. Er stonden overal auto’s geparkeerd waar het niet mocht en overal mensen. Stiekem was ik blij toen ik hieraan voorbij was.

Op driekwart van de route begon het te regenen. Dat was wel voorspeld, dus ik had mijn regenbroek meegenomen (ik had al een regenjas aan). Omdat het niet op hield en ik niet zeiknat wilde worden, heb ik hem ook echt aangetrokken. Beetje ironisch, de regenbroek is onderdeel van mijn werkkleding en nu liep ik dus op mijn vrije dag nog met dat logo op mijn broek.

Alle caches waren goed vindbaar, soms met dank aan de hint, vaak zag ik ze al van verre zitten. Eén cache leek verdwenen te zijn, er hing nog wel een houdertje in de boom, maar de petling was weg. Helaas dus. Voor mijn dagdoel maakte het niet meer uit: ik had de gewenste 8 founds toen al lang en breed binnen.

Sneller dan verwacht stond ik weer bij mijn OV-fiets. Er was nog een kleine wens voor deze dag. Het was namelijk ook nog International Earthcache Weekend. Als je in dat weekend een earthcache logt, krijg je een souvenir. Eerst was het altijd maar een dag, maar dit jaar voor het eerst een heel weekend. Ik vind het altijd leuk om zo’n souvenir proberen te scoren. En het loggen van earthcaches maakt deel uit van mijn Day Zero Project. Ik had al wel gezien dat er een earthcache in de buurt lag, maar het was zo’n slecht weer – het was steeds harder gaan regenen – dat mijn lust om er ver voor om te fietsen over was. Mijn cachezin was door de regen nogal verdreven. Tot mijn grote verbazing zag ik dat ik al over de earthcache heen was gefietst, hij lag precies op de route tussen het station en de trail. Dus ik hoefde er helemaal niet voor om te fietsen. Ook fietste ik sowieso nog langs de niet gevonden nummertje 4. Dus besloot ik nog heel even daar te zoeken, omdat ik nu tijd overhad, omdat ik niet om hoefde te fietsen voor de earthcache. En tada! Nu vond ik de cache vrijwel meteen. Toch leuk.

Aangekomen bij de steen + informatiebord van de earthcache in kwestie, bleek al gauw waarom ik die op de heenweg helemaal had gemist, ze stonden op een viaduct, aan deze kant en vanaf de andere kant was het moeilijker te zien en ook lastiger bij te komen. Mijn keuze om pas op de terugweg deze cache te doen, was dus eigenlijk onverwacht een slimme. Gelukkig waren de vragen niet al te moeilijk, want de regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Op de foto – die niet eens verplicht is, maar ik doe dat altijd wel – zie ik eruit als een verzopen kat. De earthcache heette Feldbissbreuk en ging over het ontstaan van het heuvelachtige landschap van Limburg in de IJstijd. Ik vond het eigenlijk wel interessant (duh IJstijd! Mammoets!), dus heb het hele bord gefotografeerd om het thuis nog eens op mijn gemak door te kunnen nemen.

Het inleveren van mijn OV-fiets verliep iets vlotter dan het meenemen en ik haalde ook nog de trein. In de trein mijn regenbroek afgestroopt. Pfft, wat een zeikweer zeg. Maar ik was wel tevreden met het resultaat: 30 caches, waaronder de felbegeerde earthcache. En ook nog ruim voor 16 uur in de trein (15.15). In de trein was het trouwens bloedheet, dus ik kreeg een beetje een temperatuurshock en viel door de hitte bijna in slaap. Gelukkig werd ik nog op tijd wakker voor station Eindhoven, waar ik over moest stappen.

Na een douche verscheen ik ook nog fris en fruitig op de verjaardag.

Wat ik hier op 7 oktober 2021 nog aan toe te voegen heb:

Tja, mijn obsessie voor het Geocaching Datum Project heeft mij al heel wat dagen geocachen in de regen opgeleverd. En toch blijft het mij bezig houden. Dat Dal Vrij abonnement was best wel duur, maar ik haalde dat er eind 2017 wel dik uit, omdat ik stage liep in Arnhem, naar school moest in Amsterdam en op zondag vaak per trein ging geocachen.

Day Zero Project 2.0.: Update 3

Bij mijn eerste Day Zero Project gaf ik niet zo vaak een overzicht van hoe het er mee stond. Dit keer wil ik dat anders aan gaan pakken en een maandelijkse update geven.

Ik startte met mijn tweede DZP op 5 juli 2021 en in september heb ik de volgende doelen vervuld:

4. Alle data van het Geocaching Datum Project vervullen (2/35)

Gezien het feit alle data van de maanden juli en augustus al vervuld zijn, was september de eerste maand waarin ik data kon oplossen. September telde nog vier datumdagen: twee 8-cache-data en twee 9-cache-data. Ik vervulde een 8-cache-datum en een 9-cache-datum, toch de helft van het aantal in september. De andere twee data lukten niet omdat ze op een doordeweekse werkdag vielen, waarop ook in de avond al iets te doen was. Hopelijk lukken ze volgend jaar wel.

28. Tien keer een kaartenbingo organiseren op instagram (3/10)

Ter ere van Dierendag – 4 oktober – organiseerde ik een huisdierenbingo op instagram. Er deden maar liefst drie groepjes mee, een record voor mij, de andere twee keren had ik maar twee groepjes. Het idee was natuurlijk dat je iets moest schrijven over je eigen huisdieren. Ik stuurde dan ook caviakaarten van Stichting Cavia en schreef die vol met weetjes over mijn cavia’s Fenno en Frido. En het allerleukste? Ik had eindelijk bingo! Voor de allereerste keer sinds ik aan de kaartenbingo’s meedoe en extra leuk dat het ook nog bij mijn eigen bingo is.

86. Lid worden van een spellenvereniging of misschien er zelf eentje oprichten

Deze maand bezocht ik voor het eerst fysiek de spellenavond van spellenclub de Spelcarrousel in Tilburg. Tijdens de lockdown heb ik al wel een paar keer meegedaan aan een online activiteit van deze vereniging, nu mocht er voor het eerst sinds de coronacrisis uitbrak weer een echte spellenavond georganiseerd worden. Ik nam een kijkje in gezelschap van Stephanie en nog twee kennissen. We speelden twee – voor ons – nieuwe spellen: Orleans en Azul: ramen van Sintra. Van Azul kenden we al wel de eerdere versies. Het was erg gezellig, dus waarschijnlijk zal ik vaker naar deze spellenavonden gaan. Het is 1x per maand. Er is geen echt lidmaatschap, je betaalt een kleine bijdrage per avond dat je komt voor de huur van het zaaltje en voor nieuwe spellen. Helaas vindt die van oktober net plaats als ik op Texel zit, dus hopelijk gaat november wel weer lukken.

Verder

Eigenlijk dus maar 1 doel echt vervuld deze maand en twee gedeeltelijk, naast de langlopende doelen zoals boeken lezen. Maar dit is wel een erg leuk doel, omdat ik mij eigenlijk al voor de coronocrisis uitbrak bij een spellenvereniging wilde aansluiten. Dus leuk dat het nu dan eindelijk kan.

Dierendag: 10 weetjes over mijn cavia’s

Vandaag is het 4 oktober en dat betekent dat het Dierendag is. Daarom leek het mij leuk om vandaag 10 random feitjes te vertellen over mijn cavia’s. Op dit moment heb ik twee cavia’s. Ze heten Fenno en Frido. Fenno is 2 jaar oud (nou ja eigenlijk pas 11 oktober) en Frido is 7 maanden oud.

Kan een afbeelding zijn van binnen
Fenno (links) en Frido

Weetje 1: Varkentjes?

In het Engels heten cavia’s guineapigs. Onze huiscavia’s stammen af van de wilde Zuid-Amerikaanse variant, die door ontdekkingsreizigers mee naar Europa werd gebracht. De naamgever vond blijkbaar dat de beestjes op varkens leken en dus werd het Guinees biggetje… Ook in de Middeleeuwen werden cavia’s al als huisdier gehouden door (rijke) mensen. In Nederland wordt de benaming cavia gebruikt, wat een afkorting is van de Latijnse soortnaam: cavia porcellus. De varkensbenaming komt nog wel terug om het geslacht aan te geven. Beertjes zijn mannetjes en zeugjes zijn vrouwtjes. Net als bij varkens dus. Fenno en Frido zijn beertjes.

Weetje 2: Crazyguineapiglady

Veel bloggers zijn crazycatladys en lopen over van de liefde voor hun kat. Ik besloot dus om als tegengeluid voortaan de hashtag #crazyguineapiglady te gebruiken op mijn social media, maar die bleek al te bestaan. Wereldwijd is de cavia best een populair huisdier en als je een beetje zoekt stikt het op de social media van de schattige caviafoto’s en -filmpjes. Zelf kreeg ik mijn eerste cavia toen ik acht jaar oud was. Dat was Pluis. Samen met Pluus en Vlekje was dat de eerste ronde cavia’s. Daarna had ik even hamsters tot ik voor mijn zestiende verjaardag weer een cavia kreeg (Willie) en sindsdien heb ik non-stop cavia’s gehad op een kleine maand in 2017 na toen twee cavia’s (Fabin en Fluff) in dezelfde week overleden en de opvolgers (Freek en Frinn) nog niet weg mochten bij hun moeder. Ik weet nog van alle cavia’s die ik heb gehad de naam, hoe ze eruit zagen, hun karaktertrekken en hoe oud ze zijn geworden. Ik kan het dus niet nalaten om hier even alle namen op te noemen: Pluis, Pluus, Vlekje, Willie, Ivy, Fleur, Harry, Frodo, Tijger, Frank, Flint, Figo, Farah, Finne, Fidro, Fabin, Fluff, Frinn, Fjord, Freek. Fenno en Frido zijn dus cavia nummer 21 en 22 in mijn leven.

Weetje 3: F-namen

Zoals je hierboven al kan lezen krijgen mijn cavia’s vanaf een bepaald tijdstip altijd een naam die begint met de letter F (en meestal ook nog vijf letters, maar dat is dan weer niet bewust). Dat is ooit als grapje begonnen, maar tegenwoordig is het uitkiezen van een F-naam serious business. De meeste van mijn vrienden en familieleden weten hiervan, dus als ik dan een nieuwe cavia heb is de vraag vaak: En hoe heet de nieuwe F? Je hebt ook mensen die mijn cavia’s standaard aanduiden als F&F, dan zitten ze nooit verkeerd. Nog een grappig extra weetje: Ik koos Fabin (oorspronkelijk Fabian, maar dat vond ik te kakkerig klinken) en Fluff destijds uit in de opvang vanwege de F-namen… (ok, ze waren ook een bloedmooi stel).

Weetje 4: Vegetariër

Cavia’s zijn vegetariër, net als ikzelf dus. We delen vaak dezelfde groente: zij de restjes. Ik noem ze vaak mijn levende groencontainers. Hun favoriete groenten zijn andijvie, paprika (ook de witte stukken en de zaadjes, die je anders weg zou gooien), wortel, komkommer, witlof en de stronk van de broccoli (nooit teveel tegelijk geven, omdat het kool is!) Door hen heb ik van de ene kant minder groenafval, omdat ze zoveel groenterestjes eten. Maar door de bodembedekking uit hun hok zorgen ze meteen ook weer voor heel veel groenafval. Verder eten ze heel erg veel hooi (nee, dat lust ik niet). Het is verbazingwekkend wat voor hoeveelheden hooi ze naar binnen kunnen knabbelen op een dag. Ze krijgen ook nog caviabrokjes, maar dat is niet hun hoofdvoeding. Dat zijn hooi en groenten. Ook krijgen ze soms een stukje hard geworden brood, dat is dan bedoeld als lekkernij.

Weetje 5: Vitamine C

Cavia’s zijn niet voor niets dol op groenten. Ze hebben ze ook dagelijks nodig, omdat ze als een van de weinige diersoorten zelf geen vitamine C aan kunnen maken. Ik ken ook wel mensen die vitamine C druppels in het drinkwater doen of die hun cavia’s vitamine C tabletjes geven, maar ik ben voorstander van groenten voeren. Wel zit er in de ene soort groente meer vitamine C, dan in de andere soort. Dus dat is altijd even opzoeken en vooral afwisselen.

Weetje 6: Cavia’s slapen nooit

Wat veel mensen niet weten, is dat cavia’s niet echt slapen. Ze slapen nooit uren achter elkaar door, zoals wij mensen en veel andere zoogdieren. In plaats daarvan houden cavia’s een soort van rustpauzes van ongeveer 10 minuten per uur. Dan liggen ze erbij als een soort van theemuts, maar vaak hebben ze wel hun ogen open; ik zie mijn cavia’s zelden tot nooit met hun ogen dicht. Dat ze altijd wakker zijn is ook wel eens maf; dan moet ik ’s nachts naar het toilet en lopen zij vrolijk door hun hok. Of ik kom heel laat thuis en dan vinden zij dat het tijd is voor een middernachtelijk hapje.

Weetje 7: Fluiten

Er is nog iets wat veel mensen niet weten: cavia’s maken geluid. Officieel heet het fluiten; het is een soort gepiep op verschillende toonhoogten. Als kind vond ik het klinken alsof ze wiet, wiet, wiet riepen, dus daarom wordt het bij mij in de familie nog steeds wieten genoemd. Fenno en Frido brabbelen ook tegen elkaar met zachte piepgeluidjes. Het echt luide piepen laten ze vooral horen als ze honger hebben en soms ook als de koelkast open gaat (want daar zitten de groentehapjes in) of als er een zak knispert. Naast het piepen maken ze ook vaak een brommend prr-geluid tegen elkaar, wat ik helicopteren noem. Beertjes maken dit geluid wel veel meer dan zeugjes, want ze doen dat brommen ook als ze ruzie maken. Beertjes maken vaker ruzie dan zeugjes, want af en toe moet de macht even bepaald worden. De mijne maken ook nog een kort prr-geluid als ze iets niet prettig vinden, zo hebben ze een hekel aan het geklik van pennen.

Weetje 8: Cavia-opvang

Eigenlijk ben ik voorstander van dieren uit een opvang/asiel halen. In Amerika gebruiken ze hier de term adopt, don’t shop voor. In het verleden heb ik dan ook een aantal cavia’s uit de opvang gehad. Fenno en Frido komen echter van Marktplaats. Eigenlijk ben ik heel erg tegen dieren van Marktplaats halen, omdat er zoveel zielige beestjes op staan. Maar ja, als je voor beertjes kiest heb je een probleem: als er eentje doodgaat, kun je het overgebleven volwassen beertje alleen maar koppelen met een babybeertje. Twee volwassen beren zijn vrijwel nooit te koppelen: dat wordt vechten. Met volwassen zeugjes lukt het vaak wel.

Fenno en Frido zijn dus beide noodgevallen die met spoed moesten komen om de eenzaamheid van een overgebleven volwassen mannetje op te lossen. Fenno kwam als vriendje voor Freek (die in zeven weken tijd maar liefst twee vriendjes verloor) en Frido kwam dan weer als vriendje voor Fenno (nadat Freek dood ging).

Vanwege het leeftijdsverschil van 1,5 jaar tussen mijn cavia’s zit ik nu waarschijnlijk dus voor altijd met dit probleem. Goed, in de opvang zitten over het algemeen geen babybeertjes en die van oeps-nestjes worden uitgeplaatst via een wachtlijst. Ook fokkers van rascavia’s werken met wachtlijsten en het is natuurlijk niet te voorspellen wanneer er een cavia dood zal gaan. Dus dan blijft Marktplaats over en is het een zoektocht naar een babybeertje in de buurt wat weg mag bij de moeder, en die er gezond en een beetje leuk (het oog wil ook wat) uitziet en waarvan de aanbieder betrouwbaar overkomt.

Met Fenno had ik geluk: die zag ik ’s morgens op Marktplaats en ’s middags was hij al in huis. De zoektocht naar Frido was een stuk problematischer en uiteindelijk heb ik best ver gereden om hem op te halen. Als je zoveel moeite doet om een babybeertje te verkrijgen, dan ben je wel zo blij als ze blijven leven. Zo ging Fjord al na drie weken dood, dus was ik met zowel Fenno als Frido daar ook heel bang voor. Gelukkig zijn zij wel blijven leven en hopelijk nog heel lang.

Een goede cavia-opvang hier in de buurt (Dongen) is Caviaplein. Ze verkopen ook voer en andere caviabenodigdheden. Ik heb nu ook voer van hen. Mijn cavia’s-of-the-past Fabin en Fluff kwamen van deze opvang.

Weetje 9: Leeftijd

Om heel eerlijk te zijn vind ik de leeftijd van cavia’s totaal onvoorspelbaar. Volgens de boekjes zouden ze 4 tot 7 jaar oud moeten worden, maar dat is met drie jaar nogal een flinke marge. Mijn oudste cavia ooit was Frank, die stierf letterlijk een week na zijn 7e verjaardag. Omdat hij ook bij mij geboren was, weet ik zeker dat hij zo oud is geworden. Zijn (half)zusje Rodney (die bij een vriendin van mij woonde) werd met 7 jaar en 3 maanden nog net iets ouder en is daarmee de oudste cavia die ik gekend heb. Op internet gaan wel verhalen rond over cavia’s die 8 of zelfs 9 jaar oud zijn geworden, maar of dat echt waar is, is de vraag. De meeste van mijn cavia’s zijn 4 of 5 jaar oud geworden. Dan zijn er een paar uitschieters naar boven, maar helaas ook een aantal cavia’s die de 4 jaar niet eens gehaald hebben.

Cavia’s zijn eigenlijk prooidieren en bevattelijk voor allerlei ziektes. Een cavia zal niet gauw laten merken dat hij/zij ziek is. Vaak is het als je erachter komt al te laat.

Met goed voer, en veel groenten en hooi en op tijd een schoon hok hoop ik ze gezond te houden. Maar ja, je kunt er niet inkijken en ze kunnen niet zelf vertellen wat er aan de hand is. En er zijn helaas maar weinig dierenartsen gespecialiseerd in cavia’s.

Weetje 10: De vachtstructuur en de kleurtjes

Ik heb cavia’s in alle kleuren van de cavia-regenboog gehad. De kleuren zijn zwart, wit en alle tinten bruin en grijs. Ook heb je nog agouti-tinten, dan hebben de haren twee kleuren.

Qua vacht kan er ook nog van alles. Je hebt gladharige cavia’s en ruwharige cavia’s. In ruwhaar heb je nog allerlei benamingen, zoals teddy, rex, coronet, sheltie, gekruind of met verschillende soorten borstels. Bij rascavia’s die meedoen aan shows (ik vind dat eigenlijk heel zielig) zijn de beharing en de kleurverdeling heel belangrijk.

Mijn cavia’s zijn gewone huis-tuin-en-keukencavia’s. Ze zijn allebei driekleurig en het is de eerste keer dat ik twee driekleurige cavia’s tegelijkertijd heb. Wit en zwart is natuurlijk hetzelfde, maar de bruintint is verschillend: Frido heeft een veel lichtere bruintint dan Fenno. Op hun kont is hun kleurverdeling bijna hetzelfde, maar de koppen zijn heel verschillend. Fenno heeft een zwarte kop met een witte streep tussen zijn ogen en over zijn neus (ik heb een enorme zwak voor cavia’s met zo’n streep). Frido heeft een lichtbuine kop en het is net of hij een ooglapje op heeft, omdat hij een zwart vlekje rond zijn ene oog heeft. Zijn bijnaam is dan ook de Piraatcavia.

Frido is gladharig, maar Fenno is ruwharig. Hij heeft niet echt heel ruige borstels, maar zijn haarstructuur is wel een beetje gegolfd. Ook heeft hij een soort van weerborstel bij zijn kont, die ik af en toe bij moeten knippen, omdat zijn haar blijft groeien. Frido’s haar groeit niet (of tenminste niet zichtbaar, ze ruien wel een klein beetje bij de overgang van winter naar lente).

Ze zijn dus verschillend genoeg om ze makkelijk uit elkaar te houden, nog los van de karakters, haha (Fenno is een watje, terwijl Frido stoerder is en vooral heel nieuwsgierig).

Gelezen boeken in september 2021

Het boek van verloren namen – Kristin Harmel

Dit boek gaat over de oorlog en qua onderwerp leek het een beetje op Noem geen namen van Astrid Sy, wat ik eerder dit jaar las. Alleen speelt dit boek in Frankrijk en niet in Nederland. Maar in beide boeken gaat het over de redding van joodse kinderen. De joodse Eva vlucht met haar moeder vanuit Parijs naar een dorpje in Zuid-Frankrijk (vrije zone) waar ze terecht komt bij een verzetsgroep. Eva blijkt een groot talent te hebben voor het maken van vervalste persoonsbewijzen en dit doet ze voornamelijk voor joodse kinderen, maar ook voor neergestorte piloten en anderen. Zij gaan allemaal naar het neutrale Zwitserland. Ondertussen heeft Eva vaak ruzie met haar (nogal eenzijdig denkende) moeder, is haar vader afgevoerd naar een onbekende bestemming en wordt ze verliefd op een niet-joodse man. Ook maakt ze zich zorgen over de verloren identiteit van de kinderen en daarom bedenkt ze een code om de namen te bewaren in een boek – vandaar dus de titel van het boek. Fijn geschreven boek.

Het boek van gevonden voorwerpen – Lucy Foley

Oeps, ik denk dat ik dit boek al 2x verlengd had voor ik eindelijk eens ging lezen en toen las ik het zo’n beetje in 1x uit. Het boek leest prettig weg en kent een grote spanningsboog: waarom werd Jane als baby afgestaan door haar biologische moeder? Haar dochter Kate zoekt het antwoord op deze vraag na de onverwachte dood van Jane. Het verhaal gaat langs twee wereldoorlogen en verder spelen diverse kunstvormen een grote rol. Omdat het boek in de jaren 80 speelt, gaat de communicatie nog per brief en telefoon. Het gaat ook over kinderen die niet aan de verwachtingen van hun ouders voldoen. Mooi boek.

  • De vier windstreken – Kristin Hannah

De vier windstreken is het nieuwste boek van Kristin Hannah, van wie ik eerder dit jaar al De Wintertuin en De Nachtegaal las, beide heel goede boeken. Waar ik bij die twee boeken meteen werd meegezogen in het verhaal, duurde dat hier wat langer. Het boek speelt in de jaren dertig van de vorige eeuw in Texas tijdens de Dust Bowl, een langdurige periode van extreme droogte in enkele Amerikaanse staten. Elsa leeft met haar kinderen, man en schoonouders op een boerderij, maar door de aanhoudende droogte mislukken de oogsten, sterven de dieren, zijn er steeds stofstormen en is er voortdurend geldgebrek en honger. Veel mensen trekken naar de naastgelegen staat Californië, op zoek naar werk en een beter leven. De schoonfamilie van Elsa wil echter hun eigen stuk grond niet opgeven. Uiteindelijk vertrekken alleen Elsa en haar twee kinderen naar Californië, maar deze staat wordt overspoeld door vluchtelingen die op allerlei manieren uitgebuit worden. Lukt het Elsa om haar kinderen te beschermen en een beter bestaan op te bouwen?

Eigenlijk heersen er in dit boek, bijna een eeuw geleden dus ook al klimaatproblemen, zoals extreme weersomstandigheden. Daarnaast ontstaan de stofstormen, doordat de bovenlaag van de grond compleet kapot is geploegd door de hardwerkende boeren. En ook nu hebben we nog steeds te maken met stromen vluchtelingen overal ter wereld. Het is dus eigenlijk triest dat er bijna 100 jaar later nog maar weinig dingen verbeterd zijn…

  • Zomer in de kleine bakkerij – Jenny Colgan

Dit boek is het vervolg op de De kleine bakkerij aan het strand en de gebeurtenissen op het getijdeneiland kabbelen voort. De oude eigenaresse van de bakkerij overlijdt en haar erfgenaam wil de boel eens even flink komen veranderen, wat ten koste gaat van wat Polly heeft opgebouwd. Tja, ook dit boek leest wel lekker weg, maar toch heeft deze serie het niet voor mij. Ik vind veel dingen te ongeloofwaardig overkomen.

  • Obsidian – Jennifer Armentrout

Mwah, ik vond dit niet echt een heel geweldig boek. Het is een young adult-boek en het eerste deel van een maar liefst vijfdelige serie. Het leest op zich wel vlot weg, maar het boeide mij allemaal niet zo erg. Te veel high school-gezeur en die leeftijd ben ik toch wel ontgroeid. De hoofdpersoon verhuisd naar een dorpje waar buitenaardse wezens blijken te wonen die zich vermommen als gewone mensen. Natuurlijk wordt ze verliefd op zo’n wezen. Het boek was langdradig en deels ook wel voorspelbaar. Ik heb het een beetje scannend uitgelezen, maar heb geen behoefte om de vier vervolgdelen te lezen.

  • Storm rond het landhuis – Anne Jacobs

Na Het Landhuis het tweede boek in de serie over het Duitse landgoed Dranitz van Anne Jacobs (die bekend werd door de Weesmeisje-serie). De gebeurtenissen kabbelen voort in dit boek. Er wordt veel geruzied over de stukken grond rondom het landhuis. En dan zijn er alle familieperikelen en de liefdesrelaties. Het leest allemaal lekker weg en ondertussen kom je ook wat te weten over het leven in de voormalige DDR. In het eerste boek had je ook nog een historische verhaallijn die het boek extra interessant maakte, maar dat verhaal was af en daardoor heeft dit boek dit niet meer. Die historische verhaallijn maakte deel 1 wel spannend en die spanning mis ik dus in deel 2. Ik verwacht dat er ook nog een derde deel zal komen en die wil ik dan zeker nog wel lezen.

  • De aardbeiendief – Joanne Harris

De aardbeiendief is na Chocolat, Rode Schoenen en De zoetheid van perziken het vierde boek wat Joanne Harris schreef over Vianne Rocher en haar twee dochters Anouk en Rosette. Om heel eerlijk te zijn vind ik dit het zwakste boek van het viertal. Er gebeurd eigenlijk niet zoveel in dit boek; alleen het dagboek van de overleden Narcisse zorgt nog voor een beetje spanning. Verder is er veel herhaling en is het allemaal nogal traag. Misschien had Harris het bij drie boeken moeten laten, maar de echte fans zullen dit boek vast ook wel waarderen.

  • Om nooit te vergeten – Sarah Jio

Kailey staat op het punt om te trouwen, maar haar aanstaande echtgenoot is eigenlijk niet de liefde van haar leven. Deze man – Cade – is verdwenen. Tot hij op een dag voor haar neus staat. Hij blijkt als dakloze op straat te leven, ziet eruit als een zwerver en lijdt aan geheugenverlies. Kan Kailey hem nog redden? En wat dat betekent dat voor haar nieuwe relatie en haar aanstaande huwelijk?

Sarah Jio heeft met dit boek een achtergrondverhaal willen schrijven voor de vele daklozen in Amerika. Het boek roept natuurlijk een bepaalde spanningsboog op: wat is er mis gegaan in het leven van Cade? Maar het leunt ook wel erg op uitvergrote emoties. Kailey pikt wel heel erg veel van Cade, zowel in het verleden als in het heden. Daarnaast komt haar nieuwe relatie er maar bekaaid af en wordt er wel erg veel schuld afgewenteld op de voormalige zakenpartner van Cade.

Ondanks de vaak zware onderwerpen lezen de boeken van Sarah Jio wel altijd lekker weg en dat geldt zeker ook voor dit exemplaar.

Val en Verlossing – Leigh Bardugo

Dreiging en Duisternis – Leigh Bardugo

Na het eerste deel Schim en Schaduw, zijn dit het tweede en derde boek van de Grisha-trilogie van Leigh Bardugo. Van het eerste boek – het is wel gemixt met de boeken van de Kraaien van dezelfde auteur – draait nu de serie Shadow & Bone op Netflix. De Grisha-trilogie is fantasy voor young adults van de bovenste plank. Als tiener heb ik heel veel fantasy gelezen, later ebde mijn belangstelling voor dit genre steeds meer weg. Maar dit is zeker het beste wat ik sinds jaren op het fantasy-vlak heb gelezen. Ik ga verder niet spoilen, ga het maar lekker zelf lezen. Of de serie kijken. Beiden de moeite waard.

MaandMoves: september 2021

Dit jaar ga ik proberen om elke maand op de laatste dag een soort van maandoverzicht te geven. Ik heb dit eerder geprobeerd met weekoverzichten, maar dat heb ik algauw opgegeven; te veel moeite. Een maand is een wat langere periode en ik hoef dan ook wat minder gedetailleerd op zaken in te gaan.

September

In september kregen we een Indian Summer, die eigenlijk meer zomer inhield dan het complete weer van juni, juli en augustus bij elkaar opgeteld. En ik houd wel van die Indian Summer: overdag lekker, maar niet te heet en ’s avonds en ’s nachts koelt het gewoon af. Tegen de tijd dat de herfst kwam werd het vooral ’s morgens vroeg toch wel flink kouder, maar in de middag kon je dan weer in T-shirt rondlopen.

Verder gebeurde er in september niet echt heel speciale dingen.

Wandelen

Er werd niet zo heel veel gewandeld; voornamelijk hier in Oisterwijk zelf. Wel deed ik weer eens de NS-wandeling van Boxtel naar Oisterwijk over de bloeiende heide van de Kampina. De laatste avondrondjes door het bos (want vanaf nu is het helaas te vroeg donker en na zonsondergang mag je niet meer in het bos) en ook een paar keer overdag. Ook wandelde ik een keer in Best, dat was geen bestaande route, maar het aan elkaar knopen van diverse geocaches. Daarnaast wandelde ik nog een klein rondje (ook voor geocaching) in het Sparrenrijk bij Boxtel.

Geocaching en Munzee

In september werden er slechts 35 geocaches gevonden, precies genoeg om het Mountain-souvenir van september te scoren (je kunt zeven maanden lang elke maand een nieuwe “berg beklimmen”, dit is de tweede maand). Verder waren er in september nog vier data over voor het Geocaching Datum Project; twee 8-cache-data en twee 9-cache-data. Van beiden werd er eentje opgelost. De andere twee vielen allebei op een donderdag en dat is lastig om op te lossen, want een werkdag en op beide dagen ook ’s avonds al iets anders te doen. Dus die schuiven door naar volgend jaar. In ieder geval alweer twee minder.

Ook een stuk minder met Munzee bezig geweest, dus ik zit nog steeds in level 111. Wel heb ik een eigen virtuele Munzee gekocht, een Skyland. Die kun je elke 24 uur een keer vangen en ze trekken special Munzees aan. Dat heeft mij dus al veel punten opgeleverd, dus heb geen spijt van deze aankoop.

Het geocaching-souvenir van Mount Vinson

Spelletjes

Er waren wel weer een aantal spelletjesavonden. Ook ben ik voor het eerst (wel een paar keer online meegedaan tijdens de lockdowns) fysiek bij de spelavond van een spelvereniging in Tilburg geweest (Spelcarrousel). Dat was erg gezellig en voor herhaling vatbaar. Jammer dat ik in oktober net die avond op vakantie ben, dus hopelijk in november weer.

Verder zit ik te wachten op een aantal uitbreidingen van spellen. Die moeten allemaal in oktober uitkomen, dus dat wordt een mooie maand.

Ook installeerde ik eind augustus een statistieken-app op mijn telefoon, dus nu kan ik precies bijhouden welke spellen ik heb gespeeld en ook waar en met wie en wie er heeft gewonnen. De vaakst gespeelde spellen in september waren CuBirds, Keer op Keer en Qwixx. Qua grote spellen was het Meadow.

Kijken

In september heb ik voor mijn doen vrij veel naar de tv gekeken. Een paar keer naar tv-programma’s zoals Beste Zangers en Dit was het nieuws. Ik keek eindelijk de Netflix-serie Shadow & Bone af, nadat ik de Grisha-trilogie had uitgelezen. Verder keek ik een heleboel films. Na ons bezoek aan Disneyland Parijs keek ik met mijn moeder naar een paar van de nieuwste Disneyfilms: Luca en Raya and the last Dragon. Beide films waren leuk om een keertje te zien, maar zeker niet het beste wat Disney ooit heeft voortgebracht. Luca was een soort Kleine Zeemeermin in een modern jasje. Wel heel gaaf geanimeerd, met veel water en die veranderingen in Luca en zijn vriendje. Raya was een beetje een standaardsprookje met heel veel elementen van andere films erin. Verder vond ik de draken echt spuuglelijk, ze deden mij nog het meest denken aan slangachtige My Little Ponies met een vleugje Elsa (van Frozen).

Ik keek ook nog andere films:

Wild, de verfilming van het gelijknamige en waargebeurde boek van Cheryl Strayed, dat ik in augustus gelezen heb. Aardige verfilming, vooral ook omdat flashbacks vaak beter werken in films dan in boeken. Wel leek het in de film allemaal makkelijker te gaan dan in het boek, omdat er natuurlijk veel weg gelaten was en de actrice – Reese Witherspoon – natuurlijk niet echt heel die trail gelopen heeft.

The Aftermath, is ook een boekverfilming, maar ik heb het boek nog niet gelezen. Deze film kwam in 2019 in de bioscoop in de week nadat ik mijn Pathe Unlimited had opgezegd en ik had dus wel heel vaak de trailer gezien. Nu dan eindelijk ook de film. Het is een heel dramatische film over Duitsland, vlak na de tweede wereldoorlog. Natuurlijk waren niet alle problemen daar meteen opgelost. En dan zijn er nog de persoonlijke drama’s van de hoofdpersonages. Oorlog is nergens goed voor, maar vrede is ook niet meteen makkelijk.

Water for Elephants, alweer een boekverfilming; het boek van Sara Gruen las ik een paar jaar geleden en de film blijft aardig trouw aan het boek. Het film gaat over een circus aan het begin van de vorige eeuw dat rondreist per trein. Een jonge student diergeneeskunde sluit zich bij dit circus aan, maar hij ligt direct met de directeur in de clinch over het dierenwelzijn. Hij wordt ook nog verliefd op de vrouw van de directeur. En dan wordt er ook nog een olifant gekocht die de circusshow moet redden, maar niemand heeft verstand van dit dier. Overigens was deze film ook met actrice Reese Witherspoon. En met Robert Pattinson, die ik moeilijk los kan zien van zijn rol in Twilight, terwijl ik die films nooit gezien heb en de boeken niet gelezen heb.

Tolkien, over de jonge jaren van de schrijver van Lord of the Rings; J.R.R. Tolkien. The Hobbit kwam uit in 1931 en Lord of the Rings pas in de jaren 50. Tolkien werd echter al geboren in 1892 en deze film gaat vooral over zijn leven tot en met de eerste wereldoorlog, waar hij vocht in de loopgraven. Tolkien was op zijn twaalfde al wees, maar zijn moeder had geregeld dat zijn broertje en hij wel een goede opleiding konden volgen. Als jongen was hij al geïnteresseerd in oude talen en uiteindelijk werd hij dan ook professor Engelse talen aan de universiteit van Oxford. In de film wordt gesuggereerd dat hij al van jongs af aan overal karakters uit zijn latere boeken in zag en dat hij ook veel tekende. Dat laatste trek ik in twijfel, want hij heeft zijn eigen boeken niet geïllustreerd. Ook wordt zijn vriendschap met een clubje studiegenoten uitgebreid behandeld. Van deze vier jongens komen er twee om tijdens de eerste wereldoorlog. In zijn latere leven heeft Tolkien een gelijksoortige vriendenclubje waarin o.a. C.S. Lewis zat, de schrijver van de Narnia-boeken. Ik vond het alles bij elkaar wel een aardige film, maar het is waarschijnlijk vooral leuk voor fans van Lord of the Rings, om meer te weten te komen over de man achter deze fantasy-klassieker.

Verder

Was september vooral een rustige maand. Er gebeurde niet echt spannende dingen.

Geocachingverhalen uit het verleden: Woensdag Geocachingdag

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 30 september 2015

In de eerste negen maanden van 2015 was woensdag mijn vrije dag en had ik die dag daarom tot Woensdag Geocachingdag benoemd. Vandaag was Anke ook vrij en gingen we geocachen in de Bommelerwaard.

Het verhaal:

Omdat we met de auto gingen koos ik twee multicaches uit, die al een tijdje op mijn verlanglijstje staan en die lastig te bereiken zijn met het openbaar vervoer. We begonnen met Op de boerderij. Wel een beetje spannend, want ik heb altijd nogal wat problemen met caches van maker Le Comte. Bij deze mocht je over het terrein van een boerderij in Hedel lopen. In 2006 was dit boerengezin verkozen tot de leukste boerenfamilie van Nederland. Het was cool dat je gewoon overal mocht komen, tussen de koeien door in de weilanden, je kon zo in de stallen kijken, in de tuin en overal op het erf van de boerenfamilies, op de hooizolder. Natuurlijk hoopte ik dat de koeien nog buiten zouden staan, want dan kon ik koeienfoto’s maken. Op de website stond tot ‘eind oktober’, maar het is al een aantal dagen heel slecht weer geweest. Gelukkig voor mij was het vandaag prima weer en waren er koeien. Niet zoveel, maar genoeg. Ik maakte inderdaad leuke foto’s en ik heb de koeien nog net niet geaaid. Even later kwamen we echter een kalfje tegen in zo’n box (het is zielig dat de kalfjes worden gescheiden van de moederkoe, zodat wij mensen hun melk op kunnen drinken, daarom drink ik geen koemelk) en toen kon ik me niet meer bedwingen, die heb ik uitgebreid geaaid. Het kalfje dacht echter dat ik melk was en heeft heel mijn trui onder gekwijld.

De coӧrdinaten stonden steeds op kleine klompjes. De meeste konden we snel vinden, alleen die in de voortuin van de tweede boerderij was lastig, maar toen kregen we hulp van de vriendelijke boerin. Je zou volgens de logjes ook een stukje met een roeibootje moeten varen. Wij – als leden van kanovereniging Oisterwijk – zagen dat wel zitten. Helaas was de roeiboot niet zo goed onderhouden en lag hij altijd buiten. Door de hevige regenval van de afgelopen tijd, stond hij helemaal onder water en zonk hij bijna. Er lagen wel emmers in om te hozen, maar die lagen helemaal in het uiterste puntje. Anke probeerde ze te pakken met de roeispaan, maar dat lukte niet zo goed. We hadden ook geen zin om zeiknat te worden, dus toen toch maar de sms-hint gebruikt. De cache zou op de hooizolder liggen. Dus wij terug naar de boerderij en onder het toeziend oog van de koeien in de stal eronder, beklommen we de hooizolder en vond Anke de cache. Was dus een hilarisch rondje, wat we snel gedaan hebben, want het was nog geen twaalf uur.

We begonnen aan de cache-serie in de West-Bommelerwaard. Dit is het gebied dat tussen de rivieren de Maas en de Waal in ligt. Hemelsbreed is het helemaal niet ver van huis af, toch waren we er nog niet vaak geweest. De caches lagen vrij ver uit elkaar en omdat er veel water (De dode Maasarm) in de weg lag, was het vaak omrijden geblazen. Toch hebben we bijna heel de serie gevonden, wat meer was dan we van tevoren hadden verwacht. Er stonden overal koeien en schapen en het uitzicht was prima. Het glinsterende water van de Maas ziet er goed uit in het zonnetje. Toch zou ik hier nooit willen wonen. Te afgelegen en het idee dat je iedere keer die steile dijk op moet rijden met je auto. En in het donker is die dijk niet eens verlicht. Brr.

Op een bepaald moment kwamen we in Nederhemert-Noord en hier lag nog een andere oppikker bij de plaatselijke snackbar. Gelukkig is die niet open op een doordeweekse woensdagmiddag en konden we rustig zoeken. Daardoor vond ik vrij snel de cache en konden we weer verder.

We gingen nu naar mijn tweede wens-multi van de dag: De dolende jonkvrouwe, op het terrein van Kasteel Ammersoyen. Daar ben ik ooit wel eerder geweest, maar toen was die cache er nog niet. Het is nog een mooi kasteel met torens en een slotgracht. Niet zo groot als Kasteel Heeswijk, maar wel heel netjes onderhouden. Alle luiken stonden strak in de verf. De cache was een soort verhaaltje en we twijfelden over heel veel vragen. Aan de overkant van de weg stond ook nog een ruïne-kerk, die kon ik me niet herinneren van de vorige keer. Helemaal begroeid met planten en er zaten vast ook vogels en vleermuizen, maar die lieten zich overdag niet zien. Een beuk van de kerk was opgeknapt en daar werden nog wel eens half-openluchtmissen in gehouden. Ook was er kerkhof naast de ruïne, waar vooral leden van een bepaalde familie waren begraven.

Wij kwamen niet echt uit het cache-coӧrdinaat, hij zou dan op privéterrein liggen. Dus schoof ik het coӧrdinaat steeds een cijfertje op, maar dat lukte ook niet echt, ook al vond ik mijn vinding van de lager gelegen tuin wel goed, toch was het daar niet.

We wilden het opgeven en liepen terug naar de parkeerplaats, toen mijn oog ineens op de brievenbussen viel. Twee groene, met naambordjes en huisnummers. En een totaal andere, pikzwarte er langs, zonder naam of nummer. Zou het zo zijn? Achteraf hadden we het natuurlijk kunnen weten. In het verhaal stond nadrukkelijk vermeld dat de dolende jonkvrouwe smachtend op een brief van haar geliefde zat te wachten. En ik als postbesteller had moeten weten waar een brief te vinden is…in de brievenbus natuurlijk. Mijn magneetklauw kwam te pas om de sleutel uit de sleuf onder de klep van de brievenbus te vissen en daarmee kon de klep geopend worden en de cache gelogd. Yes! We waren wel blij dat we dit avontuur nog tot een goed einde hebben gebracht.

Het was nog steeds te vroeg om naar huis te gaan, dus nog wat caches van de West-Bommelerwaard-serie gedaan. Opnieuw om de dode Maasarm gereden, want we hadden geen vertrouwen in het pontje. Helaas hebben we het kasteel van Nederhemert-Zuid gemist, we hebben alleen het eiland op een afstandje gezien. We wisten niet dat dit ook een kasteel was, ik heb het later op wikipedia opgezocht. Dit schijnt ook wel een mooi kasteeltje te zijn. Helaas hadden we ook een not-found en eentje lag te ver uit de richting. Daardoor lukte ook de bonus niet. Wel nog door een park met allemaal bruggetjes gewandeld en een stukje over een dijk met schapen.

Na 13 founds was het toch echt gedaan met de caches en gingen we richting huis.

Wat ik hier op 30 september 2021 aan toe te voegen heb:

Eigenlijk heb ik hier niets aan toe te voegen. Gewoon een prima cachedag. Ik zou nu de voorkeur geven aan fietsen i.p.v. met de auto, maar die Bommelerwaard-serie lagen wel een eind uit elkaar en dan zat je weer met het vervoer van de fietsen.

Disneyland Parijs (DZP2.0. doel 77)

Disneyland Paris

Levenslange wens

Al zo’n beetje mijn hele leven wil ik een keertje naar Disneyland, maar het kwam er maar nooit van. Het is duur, Parijs is niet naast de deur, je moet mensen hebben die met je mee willen…noem maar op. Jarenlang was ik best wel jaloers op mensen die er wel heen waren geweest en nu ben ik er eindelijk zelf geweest.

Ook mijn ouders (en de vriendin van mijn oudste broertje) waren nog nooit in Disneyland geweest, iets wat vooral mijn moeder erg jammer vond. We (haar vijf (schoon)kinderen) besloten dus om mijn moeder een weekend Disneyland cadeau te doen voor haar 60e verjaardag. Het was allemaal al gepland en geboekt en toen brak de coronacrisis uit en werd alles afgelast en ging Disneyland maandenlang dicht…en moesten we nog 1,5 jaar langer wachten.

Uiteindelijk was het het lange wachten wel waard; ik vond Disneyland geweldig.

We zijn met z’n zevenen (ouders, twee broeders en hun twee vriendinnen en ik) twee dagen achter elkaar naar Disneyland Parijs geweest.

Welkom met klassieke Disney-figuren

De vergelijking met de Efteling

Tja, ik woon op fietsafstand van de Efteling en ben daar zeker 100x geweest in mijn leven en heb in het verleden ook een paar keer een abonnement op dit park gehad. Dus je gaat dan toch vergelijken. Veel mensen zeggen dat de Efteling mooier is, maar dat vind ik niet per se. De oppervlakte van de Efteling is groter, waardoor er meer natuur is en wat meer rustige plekken. In Disneyland staat alles dichter op elkaar gebouwd, waardoor er minder ruimte over is voor bomen of struiken.

Maar de attracties zelf vond ik wel mooi. De Efteling heeft wel een wat oudere, Middeleeuwse uitstraling, alsof ze meer natuurlijke materialen hebben gebruikt. Disneyland heeft zeker ook mooie attracties qua uitstraling, maar sommige dingen waren toch meer plastic fantastic en zeker Disney Village (en het Studiopark ook meer) heeft een erg Amerikaanse uitstraling.

Stitch!

De muziek

De klassieke Disneyfilms staan bekend om hun muziek en liedjes, maar daar vond ik dus weinig van terug te horen in de attracties. Daar werd vaak hetzelfde deuntje van een paar minuten herhaald, met Small World als negatieve uitschieter; wat een afschuwelijk deuntje is dat! Maar van de eindeloze herhaling van het waterdeuntje bij de Crush Coaster draaide ik ook bijna door. Bij de Efteling is voor veel attracties wel een doorlopend muziekstuk gecomponeerd, met variaties voor de wachtrij. Dat miste ik wel in Disneyland, zeker omdat je gewoon weet dat ze beschikken over een enorme bron van muziek en liedjes uit hun films en series.

Ik heb thuis al heel lang een Mike uit Monsters en Co

De minder magische zaken

Natuurlijk was niet alles alleen maar leuk. Zo zijn de coronamaatregelen in Frankrijk nog een stuk strenger dan in Nederland. Je moet overal een mondkapje op. In Disney niet alleen binnen, maar ook buiten. De hele tijd dus, alleen maar als je iets wilde eten of drinken mocht het even af. Ze stonden er ook heel streng op te letten.

Verder moest je bij de ingang je coronacheck laten zien. Wij waren op het nippertje (eentje nog geen 14 dagen, maar in Frankrijk geldt gelukkig 7 dagen al) allemaal keurig gevaccineerd. Anders had je een negatieve test moeten overleggen of een dure sneltest bij Disneys eigen teststraat moeten laten doen. En dat moest dan elke dag opnieuw, want die sneltest geldt maar 24 uur.

Ook moest je tas door een scanner en jijzelf door een detectiepoortje. Overigens denk ik dat dit meer vanwege terroristische aanslagen is, dan vanwege corona. In Disney Village liepen ook militairen rond als bewaking.

Into the Unknown!

Vanwege corona waren er geen (grote) shows en was er geen parade met vuurwerk. Dat wisten we al van tevoren, maar ik vond het wel jammer, omdat iedereen zegt dat die parade één van de hoogtepunten is van Disneyland. Af en toe reed er wel een wagen met Disneyfiguren voorbij, maar dat werd niet officieel aangekondigd, zodat mensen niet gingen samen drommen. Gelukkig voor mijn moeder, die groot fan is van Olaf uit Frozen, kwam de Frozen-wagen tot 2x toe voorbij.

De huidige kubistisch-futuristische stijl van het fameuze Disneykasteel

Ook stond het fameuze Disneykasteel in de steigers. Op de doeken rondom de steigers was wel het kasteel afgebeeld, dus van een afstandje zag het er nog best leuk uit, maar als je dan dichterbij kwam leek het net een futuristisch ruimtekasteel. Ik begrijp dat onderhoud nodig is, maar het deed nu wel extra afbreuk aan de magie. Je kon trouwens wel door het kasteel heen lopen.

Dan zijn de fastpasses afgeschaft. Vroeger kon je een tijdslot reserveren om een lange wachtrij te omzeilen, maar dat kon nu nergens meer (alleen bij de Crush Coaster en toen mochten we alsnog bijna een uur in de rij, dus niet echt effectief). Je kunt nu wel wachtrijen afkopen voor 8-15 euro per persoon per attractie, maar kom op zeg, wie doet dat nou??? Miljonairs? Als een dagkaart al zo duur is ga je echt niet nog meer geld uitgeven.

Want Disneyland is duur. Heel erg duur. Van de entree tot de parkeerkosten (30 euro per auto per dag! Dus daarom pakten wij de bus.) Van het eten en drinken tot de souvenirs. Om over reis- en verblijfskosten nog maar niet te spreken.

Overview vanuit de toren van de Queen of Hearts

Waarom twee parken?

Wat ook niemand van mijn family begreep is waarom het twee parken zijn? Disneyland en het Studiopark liggen naast elkaar. Er is niet echt een verschil in type attracties tussen beide parken. Het Studiopark is alleen een stuk kleiner; het was er ook heel erg druk en wij zijn er dus maar een halve dag geweest (van de twee dagen). Waarom voegen ze de parken niet samen? Is het geldklopperij? Puur voor de commercie? Zijn er echt mensen – abonnementhouders niet meegerekend – die maar één park bezoeken? Ook qua thematisering zag ik geen verschil tussen de beide parken. Dus wat mij betreft maken ze er mooi één groot park van.

Steampunk Star Wars Victoriaanse Tijdperk?

Eten

Het stikt in Disneyland van de restaurants, maar die waren allemaal hermetisch gesloten. Je kwam er alleen in met een reservering en natuurlijk weer de hele coronacheck. Die reservering had je al twee maanden van tevoren moeten maken en toen was het nog heel erg onzeker of we uberhaupt naar Frankrijk af mochten reizen. Dus wij hadden niets gereserveerd. Gelukkig zijn we niet van de honger omgekomen, want er zijn ook nog eetgelegenheden waar je zonder reservering in mag. Wat opviel is dat Disney vooral menu’s verkoopt, bestaande uit friet, broodje vlees/vis/vega, een halve liter frisdrank en een toetje. Ik denk dat het vooral bedoeld is om de doorstroming te bevorderen. Op beide dagen hebben we niet zo lang op ons eten hoeven te wachten, ik denk dat we precies op het goede tijdstip gingen eten. Verder waren er ook vegetarische opties, wat ik als enige vegetariër van het gezelschap erg kon waarderen. Zo was de vegetarische burger bij het Star Wars-restaurant naast de Space Mountain zelfs erg lekker. En je krijgt dus ook een Amerikaanse hoeveelheid frisdrank. Ook de friet was in ruime porties. Qua porties en vegetarische keuzes kan de Efteling zeker nog wat van Disneyland leren. Bij de Efteling krijg je zo’n karig beetje friet dat ik altijd nog honger heb en de vegaburger smaakt naar karton. Het eten is wel aan de dure kant, de prijzen van de menu’s liggen tussen de 15-20 euro.

Souvenirs

Souvenirs

Ik had al gehoord dat er in Disneyland Parijs ontzettend veel souvenirswinkeltjes zijn, nog veel meer dan in de Efteling. Ik had dus ook een enorme variatie aan spullen verwacht, maar dat viel dan weer een tikkeltje tegen; de meeste winkels hadden een vergelijkbaar aanbod, op enkele themawinkels na. Mijn favoriete Disney-figuur is de 3-ogige alien uit Toy Story. Deze heeft een eigen attractie, wat natuurlijk geweldig is. Maar stiekem had ik verwacht dat je in Disneyland dus alle Remix Aliens (van Mattel) kon krijgen. En dat was dus niet het geval. Van tevoren had ik verwacht dat ik superveel souvenirs zou gaan kopen, maar mijn uiteindelijke oogst viel heel erg mee: een paar magneetjes en een sleutelhanger van de Toy Story Alien.

Three Eyed Aliens everywhere!

Mijn favoriete attracties

Als groot fan van de Toy Story Alien vond ik de blaster dus een geweldige attractie. Hier zijn overal Aliens te zien en je mag schieten op de buitenaardse wezens van de vijand Zurg. Je krijgt ook nog punten voor het schieten. Ik was er heel slecht in, omdat ik de hele tijd werd afgeleid door de hoeveelheid little green men (bijnaam voor de Toy Story Aliens).

De Pirates of the Caribbean is ook heel mooi en duurt lekker lang. Verder leuk dat de boottocht wat spannender is gemaakt met een paar drops. En hier dan eindelijk wel gewoon de filmmuziek. Ook al begrijp ik nu dat de films op de attractie zijn gebaseerd en niet andersom. Dus de muziek was er dan misschien ook al wel voor de films er waren? Geen idee.

Big Thunder Mountain vanaf de rondvaartboot

Big Thunder Mountain: wat cool dat deze mijntreinachtbaan gewoon een hele eiland voor zichzelf heeft. Als geocacher vond ik het ook geweldig dat er een earthcache is gebaseerd op de rotsformaties van dit eiland.

Space Mountain, in semi-transittie tot de Star Wars Space Mountain (ofzoiets) vond ik ook leuk; zo moet het voelen om daadwerkelijk door een wormgat te worden gesleurd. Maar ik zou er geen 10x achter elkaar ingaan, want dan zou ik kotsmisselijk worden.

Kusje van Rémy

De Ratatouille-attractie is ook heel mooi gemaakt, maar hier werd ik dus echt heel misselijk van. Ik kan niet zo goed tegen 3D-films kijken als ik in een bewegend karretje zit. Jammer, want ik ben eigenlijk wel fan van Rémy, de kokende rat.

Wat ik opvallend vond was dat je in Disneyland overal je tassen en slingerende kledingstukken mag meenemen in de achtbanen; ook als die over de kop gaan. Door de zwaartekracht zal het hoogstwaarschijnlijk allemaal wel blijven zitten, maar in de Efteling zijn ze hier wel een stuk strenger in.

Geocaching en Munzee

In Disneyland liggen maar liefst drie geocaches. Geen fysieke caches, je vindt dus niets. Maar een earthcache over de rotsformatie van Big Thunder Mountain en twee virtuals. Die over het zwaard in de steen van Koning Arthur is vrij makkelijk (als je het zwaard eenmaal gevonden hebt, tenminste), de andere was offline toen wij er waren en het antwoord op de vraagt schijnt heel moeilijk vindbaar te zijn. Dus die heb ik niet gedaan, de earthcache en de Arthur-virtual wel.

Maartje le Roi (niet dat ze mijn oer-Hollandse naam uitgevloekt krijgen in Frankrijk…)

Verder is Disneyland bezaaid met virtuele Munzees. Verspreid over twee dagen kun je die makkelijk allemaal cappen, terwijl je in de wachtrij staat of als je van de ene naar de andere attractie loopt. Hinder je de rest van het gezelschap dus niet eens mee ;>) Overigens doet mijn moeder ook aan Munzee en geocaching en heeft iedereen enthousiast meegezocht naar het zwaard in de steen.

Ook is er nog een labcache adventure met vijf punten. Daar heb ik er vier van van bezocht. Deze punten liggen niet in het betaalde gedeelte van Disneyland, dus voor deze hoef je geen entreekaartje te kopen. Er is een punt voor de de ingang van Disneyland, een punt voor de ingang van het Studiopark, een punt bij het treinstation van Disney (dit was wel ruk, want toen moest ik opnieuw door de hele coronacheck/tassenscan/detectiepoortjes), een vierde punt in het dorpje vlakbij Disney (deze niet kunnen bereiken) en een punt kilometers verderop bij Village Nature. Deze heb ik alleen kunnen doen, omdat wij dus op dit huisjespark zaten. Voor mensen op andere vakantieparken wordt dit een lastig punt om te vervullen, vrees ik.

Kreeg zelf bijna drie ogen van dat mondkapje en yup dat is mijn eigen 3-Oog die ik meegesmokkeld had vanuit Nederland…

Conclusie

Ik ben heel blij dat ik nu eindelijk ook eens in Disneyland ben geweest en kan meepraten als het daar over gaat. Ook zou ik over een aantal jaar best nog eens terug willen, zeker omdat ik de parade nu gemist heb. En ze zijn een heel nieuw themadeel over Frozen aan het bouwen, dus ook daar ben ik nieuwsgierig naar. Ook zou ik het Disneykasteel nog wel eens in volle glorie willen zien als de restauraties klaar zijn.

Walt himself met Mickey

Het lijkt me ook prettig om de magie nog eens te beleven zonder dat vervloekte mondkapje (na twee dagen die dingen bijna twaalf uur constant op te hebben gehad ben je er wel klaar mee) en de overige corona-maatregelen.

Wel denk ik dat nu heel erg meespeelde dat ik voor het eerst van mijn leven in Disney was en dat alles dus nieuw was. Dan is de magie van de verrassing heel groot, iets wat natuurlijk heel ver over is na 100x de Efteling.

Als ik in de buurt van Parijs zou wonen zou ik best een jaartje een abonnement voor Disneyland willen, zodat je er een paar keer naartoe kan op rustigere dagen. Maar met een reistijd van 5 uur enkele reis is dit natuurlijk geen optie.

Twee dagen achter elkaar was wel overweldigend en vermoeiend. Volgens mijn stappenteller hebben we beide dagen ruim 15 kilometer gelopen; een aardige wandeltocht dus. Een volgende keer zou ik langer gaan dan een lang weekend (we waren nu dus van vrijdag tot maandag, waarvan zaterdag en zondag in Disneyland). Een midweek lijkt me fijner, dat je dan op maandag aankomt, op dinsdag en donderdag naar Disneyland gaat en woensdag een rustdag hebt. Of dat je een week gaat en ook nog een dag naar Parijs gaat ofzo. Wij zaten nu op CenterParcs Village Nature in een 8-persoonshuis en daar was ook van alles te doen, er is bijvoorbeeld een heel groot zwembad.

Maar alles bij elkaar was het zeker een ervaring die ik niet had willen missen. Dan ga ik na dit lange verhaal eindigen met de woorden van Disney zelf:

Mooi!

Geocachingverhalen uit het verleden: Aladdins Korte Wandelingen

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 23 september 2007

Anke, Pien en ik gingen geocachen rondom Veldhoven, omdat er ’s avonds een gratis festival was waar Krezip op kwam treden.

Het verslag:

Vorig jaar waren we naar Cult en Tumult in Veldhoven geweest. Anke had de website in de gaten gehouden en dit jaar bleek Krezip te komen. Tja, gratis festival, dus daar hadden wij als Krezip-fans wel zin in. Ook Pien wilde wel mee.

Natuurlijk kwam ik met het idee om dan de hele dag te gaan en de rest van de dag te geocachen. Dat vonden de zusjes een goed plan. De keuze viel op de AKW-serie. Ik had ze allemaal meegenomen, maar dacht er maar twee of hoogstens drie te kunnen doen.

Soms gaat alles echter erg voorspoedig en dat was vandaag zo, dus konden we de hele serie afronden. Deze Aladdin verplaatst zich niet per vliegend tapijt, maar wandelt liever. AKW staat namelijk voor Aladdins Korte Wandelingen. Het waren vijf korte multi’s door kleine natuurgebiedjes met grappige opdrachten. We hebben ze niet helemaal in de goede volgorde gedaan, omdat we onderweg naar nummer twee de verkeerde afslag namen en uitkwamen op de parkeerplaats van drie. Dus hebben we die maar eerst gedaan.

Bordjes zoeken, letters op wandelroutepaaltjes tellen, afstanden tot hekjes bepalen (bij het Dommeldal, waar we een week eerder nog gekanood hadden) en een vaag soort routelopen met pijltjes. Ik begrijp nooit zoveel van die pijltjes-routes, dus heb ik de GPS-bediening gedaan en lazen Anke en Pien de route voor.

Terwijl we van de laatste van de serie naar de auto liepen berekende ik de bonus-eindcache. Die bleek dichterbij te zijn dan de auto, dus konden we meteen doorlopen. De Hogt stond in de cachebeschrijving aangegeven als “very large”, dus wij hadden zoiets van die vinden we makkelijk. Mijn GPS was onmiddellijk verliefd op een boom die voldeed aan de omschrijving uit de hint. De andere GPS was het daar niet mee eens, dus Anke en Pien dwaalden af. Ik bleef toch aangetrokken tot de boom die mijn GPS had uitgezocht. Dus wat rond gestampt en idd bleek de reusachtige cache bij die boom te liggen. Dit is de grootste cache die ik ooit gevonden heb. Een enorme emmer, helemaal gevuld met allerlei soorten goodies. Wel gaaf bedacht.

Deze leuke serie is een aanrader.

Wij gingen hierna op zoek naar een snackbar om een hapje te eten en waren nog ruim op tijd voor Krezip.

Wat ik hier op 23 september 2021 nog aan toe te voegen heb:

Wij hebben zo’n beetje alle Nederlandse caches van Aladdin gedaan (hij is ook een Paddo-Officer bij waymarking) en het leuke is dat vijf van de zes AKW-caches nog steeds online zijn. Dat is best bijzonder voor geocaches die al geplaatst zijn in 2004. Voor de liefhebbers: de cachecode van nummer 1 is GCK383.

En we zijn ook nog steeds alledrie fan van Krezip en zijn (samen met nog enkele anderen) naar het reünie-concert in de ZiggoDome geweest in oktober 2019. Helaas brak daarna de coronacrisis uit, anders waren we ook nog samen naar het concert in 013 gegaan, wat helaas afgelast werd.

Geocachingverhalen uit het verleden: Boeken en schapen in Utrecht

Elke donderdag – Throwback Thursday – verschijnt hier een verslag online uit het roemruchte geocachingverleden van de Heideroosjes.

Vandaag gaan we terug naar 16 september 2016

Na een dag vol colleges op de Hogeschool van Amsterdam, besloot ik een tussenstop te maken in Utrecht om te geocachen en het Boekenfestijn te bezoeken.

Het verslag:

Het was Boekenfestijn in Utrecht (in de Jaarbeurshallen naast het station) en omdat ik al heel lang niet naar dat evenement was geweest, besloot ik er vanuit school (in Amsterdam) heen te gaan. Probleem was dat deze datum ook nog een 2-cache-datum was en ik wilde die eigenlijk wel vervullen. Het idee was eerst om caches in Amsterdam te doen en dan pas na 18.30 naar Utrecht te gaan, maar dan werd het allemaal wel heel laat, dus besloot ik om in plaats daarvan meteen uit school naar Utrecht te gaan en dan daar te geocachen, het Boekenfestijn te bezoeken en dan na 18.30 uur verder naar huis te reizen (dit tijdstip i.v.m. de spitstijden in de trein en mijn treinabonnement).

De eerste cache was heel leuk, ik had uit de cachebeschrijving al begrepen dat het een minibieb zou zijn, maar het was nog veel beter, het was een complete boekenkamer op het station. Hier kon iedereen boeken brengen, meenemen of ruilen. Superleuk concept. Grappig was dat het logboek gewoon in de boekenkast lag en dat er ook Dreuzels (mensen die niet aan geocaching doen, de benaming is geleend uit de Harry Potter-boeken) in hadden geschreven, welk boek ze hadden geleend. Ik moest daar wel om glimlachen.

Om meteen ook van de 3-cache-datum af te zijn, wilde ik nog een cache doen. Dat werd een cache met de welluidende naam Schaap. Die lag een stukje van het station af in een parkje met allemaal betonnen blokken die beschilderd waren als een schaapskudde. De cache was een magnetisch buisje, met een gehaakt schaap erin. Gelukkig had ik mijn magneet meegenomen. Op zich is zo’n magnetische cache wel hufterproof opgelost.

Hierna bezocht ik het Boekenfestijn, waar ik uiteindelijk geen enkel boek kocht, maar wel wat andere leuke dingetjes.

Wat ik hier op 16 september 2021 nog aan toe te voegen heb:

Het Boekenfestijn was een rondreizende beurs met boeken en andere spullen die je in (kantoor)boekhandels vindt voor ramsj-prijzen. Het waren vaak boeken en andere spullen met een lichte beschadiging of oudere versies. Helaas bestaat de fysieke beurs niet meer, maar er is nog wel een webshop waar je spullen kan bestellen. Ik hoop dat de beurs ooit nog terug komt, was altijd erg gezellig om daar spullen te scoren.

Ik heb mijn studie Media, Informatie en Communicatie gevolgd aan de Hogeschool van Amsterdam. Destijds was dat de enige plek waar je die studie kon volgen. Omdat ik in Noord-Brabant woon zat ik met een reistijd van bijna 2 uur enkele reis, dus in totaal was ik bijna 4 uur kwijt aan reizen op een collegedag. Omdat deeltijdstudenten geen gratis OV-kaart krijgen heb ik mij gedurende mijn studiejaren blauw betaald aan het openbaar vervoer, vooral aan de NS. Ik had altijd wel een treinabonnement, maar dan nog kostte het klauwen vol geld en zat ik altijd met een reisverbod tijdens de spitstijden van 6.30 – 9.00 uur in de ochtend en 16.00 – 18.30 uur in de avond.

Ik denk dat de beide caches van deze dag niet meer bestaan. Het station van Utrecht en Hoog Catherijne zijn de afgelopen jaren flink verbouwd en ik heb de Boekenkamer nooit meer terug gevonden.