Categorieën
#lezen Boeken Boekentip

Gelezen boeken in juni 2021

Welke boeken las ik in juni en wat vond ik ervan?

Ik heb best veel boeken gelezen in juni en de genres sprongen weer alle kanten op. In ieder geval veel boeken waarin bibliotheken of boekwinkels in wat voor vorm dan ook voor kwamen.

Ik begon al in mei aan dit dikke boek, maar las het pas in juni uit. De Schemering en de Dageraad is het vierde boek dat Ken Follett over het fictieve middeleeuwse stadje Kingsbridge (Engeland) heeft geschreven, maar chronologisch komt het voor de overige drie andere boeken. Overigens is dit één van de weinige boeken die ik echt zelf gekocht heb of nou ja van de boekenbon die mijn kerstpakket vormde. Ik vind deze serie echt geweldig, heerlijke historische romans. In ieder boek heb je drie of vier hoofdpersonages; iemand uit de adelstand, iemand uit het gewone volk (meestal een heel slim iemand die zijn/haar tijd ver vooruit is) en iemand uit de geestelijkheid. Je volgt die personages dan gedurende enkele tientallen jaren van hun leven. Natuurlijk gaat het leven van de personages niet over rozen; de dood is in alle hoeken, ze trouwen met de verkeerde partners, er zijn buitenechtelijke kinderen, verboden relaties, standsverschillen, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en er is altijd wel ergens een oorlog of een andere ramp. Dit boek begint meteen met een vikingaanval en gaat daarna over het ontstaan van Kingsbridge en volgt dus het leven van de handige dorpsjongen Edgar (zoon van een scheepsbouwer), de intelligente Ragna (dochter van een Franse edelman) en de monnik Aldred.

In veel recensies klagen mensen dat de vier Kingsbridge-boeken qua verhaallijnen inwisselbaar zijn en dat is wel een klein beetje zo in de zin van dat bij Follett de adel vaak slecht en corrupt is, de geestelijkheid wisselend goed en slecht is en de personages uit het gewone volk over het algemeen heel slim en goed zijn. Maar de boeken spelen in verschillende tijden en zijn alleen daarom al interessant om allemaal te lezen. Neem wel je tijd, want de dikste telt meer dan 1000 pagina’s…

Santa Montefiore besloot om nog een zesde boek over de familie Deverill te schrijven. Ik vond dit boek niet echt heel veel toevoegen aan de serie; het valt heel vaak in herhaling en bevat eigenlijk te veel personages om het nog leuk te houden. Als je de andere boeken hebt gelezen weet je al hoe de familie in elkaar zit, dus dan blijft eigenlijk alleen nog de verhaallijn over het verkochte kasteel overeind als boeiend. Dat het kasteel verkocht moest worden aan een hotelketen, omdat het geld van de “oude adel” op was, vond ik dan weer wel interessant. Het is ook geloofwaardig; in Ierland zijn daadwerkelijk veel oude kastelen die men aan de straatstenen niet kwijt raakt, omdat het onderhoud veel te duur is.

Deel 2 van de Happy Ever After-serie, waarvan ik eerder dit jaar Op goed geluk las. Dit boek heeft een nieuwe hoofdpersoon, maar Nina uit deel 1 doet nog wel mee als bijpersonage. Ze is er niet aardiger op geworden… De situatie waarin Zoe belandt is niet echt feelgoed te noemen. Ze gaat als kinderoppas werken in een huis met drie heel vreemde kinderen. Zelf heeft ze ook een zoontje, maar de relatie mijn zijn vader is zo goed als over. In het oude, slecht onderhouden huis lijkt het te spoken, de vader is vaak weg, de huishoudster is chagrijnig en de moeder is verdwenen. De spanningsboog in dit boek was dus een stuk hoger dan in deel 1. Het las wel weer lekker weg, maar net als in deel 1 vond ik sommige gebeurtenissen wel een tikkeltje ongeloofwaardig.

Het geheim van Silvermoor heeft misschien niet de meest originele verhaallijn, maar het is wel heel fijn geschreven en ik vond de personages heel levensecht. Het boek speelt aan het begin van de vorige eeuw in een Engelse mijnstreek. De mijnen zijn eigendom van adellijke families en het contrast tussen hun levens en dat van hun arbeiders is groot. Rondom de mijnen zijn mijnwerkersdorpjes ontstaan waar de mijnwerkers wonen. Tommy woont in het ene dorpje, Josie in het andere dorpje en hun families werken dus niet in dezelfde mijnen en keuren hun vriendschap dus ook niet echt goed. Beide tieners willen eigenlijk iets anders met hun leven, maar zulke ambities horen niet bij kinderen van mijnwerkers. Hun toekomst staat al lang vast: Tommy zal op zijn 14e de mijn in moeten, terwijl Josie als meisje bovengronds kolen zal moeten wassen. Lukt het hen om hun toekomst te veranderen?

Het boek is een historische roman (alles betreffende de mijnen is gebaseerd op historische feiten) gemixt met een feelgoodverhaallijn. Ik vind boeken over mijnen altijd wel interessant, dus daarom sprak dit boek mij extra aan. Het las ook heel lekker weg. Aanrader voor liefhebbers van romans met een historische feelgood verhaallijn.

Ik vind de omslag van dit boek heel mooi, maar het verhaal zelf niet echt heel erg geweldig. Het is niet zo heel dik, dus ik heb het wel uitgelezen, maar er zijn betere boeken met als thema het oplossen van een eeuwenoude puzzel door een geheimzinnig genootschap. Er zaten overigens wel een paar grappige dingetjes in, zoals de zoektechnieken die gebruikt worden.

Ik las zowel Zondagskind als Zondagsleven. Het zijn autobiografische boeken over het leven van schrijfster Judith Visser die Asperger heeft, een vorm van autisme. Als iemand die enorm introvert is, herkende ik wel enkele van de autistische trekjes, maar gelukkig voor mezelf lang niet alles. Vergeleken met Jasmijn (de naam die ze zichzelf in het boek heeft gegeven) ben ik zelfs ontzettend sociaal. Het lijkt mij heel moeilijk om zo te moeten leven; met een zeer heftige vorm van Asperger. In Zondagskind heb ik vooral medelijden met haar; het autisme is dan nog niet vastgesteld en zo wordt ze vaak als dom weggezet (o.a. omdat ze heel weinig praat), terwijl ze op bepaalde vlakken (taal bijvoorbeeld) juist heel intelligent is.

Ik vond het ook treurig dat ze eigenlijk een natuurmens is, maar opgroeit in een flat in een stad en maar af en toe naar het strand kan. Ze is ook dol op dieren en vindt dat die trouwer zijn dan mensen. Dan heb ik enorm veel geluk dat ik opgegroeid ben in de natuurlijke omgeving van de Oisterwijke bossen en vennen. En ja, ik vind (huis)dieren ook erg belangrijk. Jasmijn wordt ook als kind al vegetariër, op eenzelfde manier als ik dat ben geworden nadat ik achter het bestaan van de bio-industrie kwam.

Toch had ik niet alleen medelijden, want als ze ouder wordt, vind ik haar gedrag ook wel vaak ergerlijk of zelfs a-sociaal. Zo spijbelt ze bijna een haal schooljaar van haar stage, maar er is blijkbaar niemand die dat komt controleren. Stagebegeleiding? Bestond dat niet in die tijd (jaren ’80)? Ik ben het wel volledig met haar eens dat je elk schoolvak op je eigen niveau zou moeten kunnen volgen. En dan kan het dus zo zijn dat je Nederlands op vwo-niveau doet, terwijl je wiskunde op vmbo-niveau doet. Ook qua examens. Want ja, de meeste mensen zijn niet in alles even goed, maar als je in wat je wel goed kan meer uitgedaagd wordt, zou dat een geweldige omvorming van het huidige (middelbare) schoolsysteem zijn.

In Zondagsleven is ze volwassen en ook hier zitten echt een paar momenten in dat ik denk: nu ben je echt heel a-sociaal. Zo beantwoordt ze geen mailtjes van ex-collega’s waar ze goed mee omging, omdat ze geen zin heeft in verder contact. Kom op, een mailtje beantwoorden is een kleine moeite, denk ik dan. Maar het ergste is het hoofdstuk waarin haar vader haar naar Duitsland brengt (ze gaat daar een meerdaagse wandeltocht maken), een acht uur durende autorit waarin hij geen radio mag luisteren (want zij kan niet tegen het geluid en luistert uitluitend naar Elvis Presley) en nauwelijks mag spreken (want zij heeft geen behoefte aan een diepzinnig gesprek) en als ze eindelijke aankomen stuurt ze hem meteen terug. Terwijl die arme vader behoefte heeft aan een kop koffie en hapje eten voor hij weer helemaal terug naar huis moet rijden. Dat vond ik echt wel een heftig stukje. Dat je zo totaal ongevoelig kan zijn voor de behoeften van andere mensen. Haar ouders doen echt ontzettend veel voor haar (boodschappen, op haar hond passen als ze moet werken) en zijn eigenlijk (in beide boeken) heel mild voor haar; ze vergoeilijken altijd haar soms erg vreemde gedrag naar andere mensen toe. Toch is ze niet echt aardig voor haar ouders. Ze mogen bijv. komen eten, maar dan moeten ze na twee uur weer naar huis, want dan is ze moe van het sociale contact. Ze betwijfeld ook steeds of haar ouders wel van haar houden, terwijl die ouders op mij als lezer echt overkomen als zeer liefdevolle ouders. Ook de relatie tot haar vriend is heel erg apart. Zo krijgt hij geen sleutel van haar flat en mag hij alleen langskomen op afgesproken tijdstippen. Ik was gillend weggelopen als ik die vriend was.

Zo kan ik nog wel meer dingen noemen, maar ik zal het hierbij laten.

De nieuwste Corina Bomann, het eerste boek van een trilogie en ik was de allereerste lener, dus een hagelnieuw bibliotheekboek. Sophia’s Hoop bevat natuurlijk weer enkele voor een roman bekende elementen, maar het las wel heel weer heel lekker weg. Sophia is het enige kind van een Duits apothekersechtpaar en bij gebrek aan een zoon mag ze studeren aan de universiteit. Haar vader hoopt natuurlijk dat ze hem opvolgt in de apotheek. Maar Sophia is meer geïnteresseerd in de toepassingen van plantextracten voor huidcremes en parfums. Natuurlijk gebeurt er dan iets waardoor ze onterft wordt en ze vertrekt met een vriendin naar Frankrijk. Daar zijn ze niet echt blij met Duitse mensen, want de wonden van de eerste wereldoorlog zijn nog vers. Lukt het Sophia toch om een toekomst voor zichzelf op te bouwen?

Dit is een feelgoodroman van Katie Fforde, maar ik vond het een matig boek. Ongeloofwaardige verhaallijn en het cliché van het arme meisje dat tot over haar oren verliefd wordt op een rijke man, terwijl ze eigenlijk totaal niet bij elkaar passen en in totaal verschillende werelden leven. En alle mensen die ze onderweg tegenkomt worden meteen haar beste vrienden en nodige haar meteen bij hun thuis uit. Dat werkt zo niet in het dagelijks leven, tenminste bij mij niet.

Ver van huis is het tweede deel in een serie die maar liefst achttien boeken telt. Eerder las ik deel 1: Een nieuwe begin. De boeken spelen tijdens de tweede wereldoorlog, in een Engels kustplaatsje. Peggy heeft hier een soort van pension met kamers die ze verhuurd aan allerlei soorten mensen. Elk boek bevat de verhalen van de mensen die gedurende de oorlog bij haar gelogeerd hebben. In dit boek draait het vooral om de verpleegster Polly en de Poolse vluchtelinge Danuta. Ondanks de heftige verhaallijnen – het leven tijdens de oorlog is zwaar op allerlei gebieden – las het boek wel veel vlot weg. Dus wat mij betreft mogen ze lekker verder vertalen, in ieder geval komt ook deel 3 dit najaar nog uit in de Nederlandse vertaling.

Middernachtbibliotheek is een psychologische roman. Hoofdpersoon Nora kampt met een depressie ten gevolge van een samenloop van negatieven gebeurtenissen in haar leven en besluit om zelfmoord te plegen. Ze komt echter terecht in een tussenwereld; een bibliotheek vol boeken die al haar mogelijke levens bevatten. Nora kan hier die verschillende levens ervaren en moet dan uiteindelijk besluiten welk leven ze kiest. Natuurlijk blijken ook die andere levens niet perfect te zijn, dus welke keuze zal ze maken?

Ondanks het vrij zware thema las het boek wel lekker weg. En ja, ik denk dat iedereen stiekem wel eens nieuwsgierig is naar wat er gebeurd zou zijn als ze op cruciale momenten in hun leven een andere keuze hadden gemaakt. Ik in ieder geval wel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s